Met een harem van 14 jonge dames op stap.
Het lesprogramma dat ik voor de FHJ (Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg) nu al voor het vijfde jaar organiseer, is alweer vijf weken bezig en dat betekent dat ik met een groep studenten in het buitenland ben. Dit jaar in Suriname en met enkel vrouwelijke studenten. Heel vreemd dat er dit jaar geen jonge mannen het project volgen.
Met 14 jonge dames op stap is niet zo makkelijk. Het is geen enkel moment stil, er wordt constant gespraat en meestal ook door elkaar gepraat. Een echt kippenhok dus. Er staat soms echt niets anders op dan een keer wat luider te roepen dat wanneer ik aan het woord ben, iedereen luistert. Het lukt redelijk, tenminste als ik het na 30 seconden nog een keer herhaal.
Daartegenover staat wel dat het, ook op journalistiek gebied, een erg actieve groep is. Hier gaan zeker leuke producties uitkomen. De studenten houden zelf ook een blog bij: http://fhjbuitenland.wordpress.com/ . Daar plaatsen ze hun ervaringen. Op mijn site ga ik er de highlights uithalen en er korte verhalen over maken met een paar foto’s.
Aangekomen
Hoewel het toestel bijna met een uur vertraging is vertrokken komen we redelijk op tijd aan. We hebben twee busjes en een auto nodig om naar onze logeeradressen gebracht te worden. De televisiegroep zit in de St Josephstraat, de schrijvende pers groep in de Berliozstraat. Jammer genoeg liggen de adressen vrij ver uit elkaar We kunnen niet even te voet bij elkaar op bezoek. Beide accommodaties overtreffen de verwachtingen. Dit is veruit de beste locatie die ik in de voorbije jaren heb gehad. De studenten hebben allemaal hun eigen kamer, ik mijn eigen “woninkje”, net naast het studentenverblijf. Op die manier hebben we allemaal toch wat privacy, maar kunnen we ook bij elkaar op bezoek.
Een eerste kennismaking met het land
De eerste dagen staan altijd in het teken van een kennismaking met de stad en het land. Dit jaar heeft een oud-studente, Anoek Hofkens, een programma opgesteld waarbij we de eerste drie dagen gaan dolfijnen spotten, oude plantages verkennen en de staatstelevisie, de krant de Ware Tijd en het maandblad Parbode bezoeken. Daarna trekken we twee dagen het binnenland in om er dorpjes van de Marrons te bezoeken, afstammelingen van de oorspronkelijke slaven die op de plantages werkten.
Dolfijnen spotten
In de samenloop van de Suriname- en de Commewijnerivier in Paramaribo organiseert men voor toeristen boottochtjes om de roze tuimelaar te spotten. Een leuke uitstap, met daarna een wandeling door de plantages. Op de kade worden we welkom geheten door Hendrik, van Surinaamse afkomst, maar na dertig jaar in Nederland gewoond te hebben is hij teruggekeerd naar Suriname en gidst deze plantagetour.
We varen de rivier af in de richting van de monding. Het zou een goed moment moeten zijn want het is vloed en dan komen de tuimelaars naar de samenvloeiing van de rivieren. Soms varen we snel, soms langzaam, in de hoop dat er een tuimelaartje letterlijk de kop op steekt. In eerste instantie lijkt het niets te worden, maar zowel voor de wandeling tussen de plantages als erna zien we tientallen kleine roze (op de buik dan) dolfijnen. Soms drie tegelijk. Een grappig zicht. Ze lijken net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen.
Een aantal van de studenten en ikzelf probeert foto’s te maken, maar dat valt echt niet mee. Zodra je ze ziet ben je al te laat. Je moet echt het geluk hebben om ze recht voor je lens te krijgen en meteen af te kunnen drukken. En waar ze in eerste instantie ver bij de boot vandaan blijven, komen ze meer en meer dichterbij. Het levert een mooie reeks foto’s op.
Plantage werk en rust
Na de eerste sessie dolfijn spotten, meren we aan bij de plantage Werk en Rust. Hendrik, de gids, kent de hele geschiedenis en vooral de recente. Een Nederlander, Armand van Alen, verliefd geworden op Suriname heeft 8 oude plantages opgekocht in 1979, de bewoners de mogelijkheid gelaten om te blijven en voor hem te werken. De meesten zijn gebleven en onderhouden nu een plantage met meer dan 7000 vleeskoeien, een viskwekerij, een plantenrijkdom waar je van achterover valt en ook nog een garnaalkwekerij. Het is een idyllisch plekje met grachten, kleine, goed onderhouden huisjes, palmbomen.
Oorspronkelijk was het een koffieplantage die in 1750 is aangelegd door de toenmalige gouverneur van Suriname Wigbold Cormmelin. Een koffiemoederboom is nog een laatste getuige uit die tijd.
Ik verbaas me over de enorme flora- en faunakennis van Hendrik.Maar die verbazing zal ik nog meer krijgen.
Een van de medewerkers van van Alen, heeft een kleine toeristische attractie. Hij houdt een paar schildpadden, cavia’s en een jonge kaaiman. De studenten mogen een voor een op de foto met het jonge dier. Ik wandel ondertussen rustig verder en geniet van de natuur.
STVS de Surinaamse Staatstelevisie
We rijden door Paramaribo en zien de journalistieke onderwerpen gewoon voorbij glijden. Een centrum voor dak- en thuislozen had ik hier niet verwacht, net zo min als een synagoge aanpalend aan een moskee. Het is een ongewoon zicht, net als een psychiatrische instelling die ligt naast de gebouwen van STVS. De binnenpleinen staan vol schotelantennes, sommige wel erg verroest, hetgeen niet verwonderlijk is in een dergelijk vochtig klimaat. We worden ontvangen door Roy Young a Fat. Hij vraagt meteen een van zijn medewerksters om ons een rondleiding te geven. Op haar vraag wat we willen zien is het antwoord van de studenten heel simpel en terecht: alles. Ze leidt ons rond op de nieuwsredactie, niet meer dan een 6-tal medewerkers zijn er aanwezig. Ze toont ons de nieuwsstudio die wordt gebruikt voor het nieuws EN de lotto-uitslagen en de studio voor het live-programma op maandag. Het is echt wel improviseren geblazen met de weinige middelen die ze hebben. Ze schromen dan ook niet om tal van programma’s van andere zenders als BBC en CNN klakkeloos over te nemen van het internet. Roy is erg open: hij heeft hulp nodig. Hij is ontevreden over de nieuwspresentatoren die het nieuws voorlezen in plaats van te presenteren. Later die avond zie ik de uitzending. Ik kan hem geen ongelijk geven. Hier is nog veel werk aan de winkel, niet alleen voor de presentatoren, maar ook voor de redacteuren. De omroep heeft meer weg van een lokale dan nationale zender. Maar wat wil je ook met een bevolking van slechts 500.000 inwoners. Een feit dat ik nog steeds niet kan vatten. Het land is immers 6 keer groter dan België. Dan is de spoeling wel erg dun en mag je ook verwachten dat iedereen die ook maar ergens iets met journalistiek te maken heeft, elkaar kent. In dergelijke omstandigheden kom je dan niet veel verder met nieuwsuitzendingen met een erg lokaal tintje: persconferentie hier, opening van een winkel daar en elders een 60-jarig huwelijk, een toespraak van een minister… En als je die kleine onderwerpen niet brengt, zal je daar zeker op aangesproken worden. Roy kan wat hulp gebruiken om er iets van te maken. En, omdat iedereen iedereen kent, wordt kritische verslaggeving meteen omgezet in informatiestops.
Voor de financiering staat de zender ook zelf in en dus wordt er een deel van de inkomhall gerenoveerd om er een marketingafdeling te huisvesten. Via die marketingafdeling moeten de nodige reclame-inkomsten vergaard worden om de informatieve programma’s te financieren. Maar elke journalist weet dan al dat je tegen de nodige ethische problemen gaat aanlopen.
De Ware Tijd en de Parbode
Een van de belangrijkste kranten in Suriname is de Ware Tijd. De redactie heeft haar lokalen net achter de synagoge, waar binnenkort de joodse graven geruimd gaan worden. Een topic waar ze al lang over schrijven, want het is tegen de traditie in het Joodse geloof. Julien Peneux is de adjunct-hoofdredacteur. Hij geeft een korte uitleg over de krant, de oplage, 20.000 per dag, en stelt de collega’s aan ons voor die vervolgens met groepjes studenten in discussie gaan over de onderwerpen die de studenten willen behandelen. De belangrijkste vraag daarbij is natuurlijk of de Surinaamse journalisten hen willen helpen door contacten door te geven die behulpzaam kunnen zijn bij de productie. Ik hoop dat het wellicht moeilijkste onderwerp, prostitutie bij de goudmijnen, hierdoor gerealiseerd kan worden. De eerste reactie is in ieder geval al positief. De combinatie van een Surinaamse, mannelijke, journalist en een jonge Nederlandse, vrouwelijke journaliste zou wel eens een goede mix kunnen zijn om het onderwerp te realiseren. Het zijn boeiende groepsgesprekken die de studenten ook motiveren.
Meteen na het gesprek trekken we naar de Parbode, wellicht het meest kritische persorgaan in Suriname. Niet verwonderlijk als je weet dat de meeste medewerkers of Nederlander zijn of in Nederland gewoond en gewerkt hebben. De studenten zijn erg alert, wellicht ook door de gesprekken bij de De Ware Tijd, ze staan scherp en vragen Iwan Brave en zijn collega’s het hemd van het lijf. Niet over hun onderwerpen, maar over de werkwijze, hun kritische zin, de verhouding tot politici en de gevaren van het vak in Suriname. De introductie van Iwan was immers ook begonnen met de mededeling dat een van zijn collega’s al drie keer in elkaar geslagen was. De opmerkelijke uitsmijter was wel dat de huidige hoofdredacteur een carrière switch maakte na een jaar hoofdredacteurschap naar … de Ware Tijd. Ze wilde terug gaan schrijven over culturele onderwerpen, haar “dada”.
Dan Ta Bai, het paradijs
Eind van de middag vertrekken we naar Dan Ta Bai, 200 kilometer ten zuiden van Paramaribo.
Een afgeladen bus met koelboxen vol eten en drinken, alle studenten en de gidsen Jan van Swaaij en Shafir Bianchi. Jan heeft ook zijn 3 jarig dochtertje Zoe bij en zijn vriendin Jennifer, die voor de maaltijden gaat zorgen. Het is een lange rit en het landschap doet vaak denken aan de weg door het natuurpark in Rwanda, heel apart om die herinneringen te hebben terwijl je naar iets nieuws trekt. Het verandert snel wanneer we bij de bauxietwinning aankomen.
Economische ontwikkelingen
Een gedrocht van een fabriek die zijn toxische stoffen over het land uitstort en voor de vrachtwagens die af en aanrijden met bauxiet moet elke andere weggebruiker voor wijken. Bauxiet heeft altijd voorrang. Naast de weg liggen twee elektriciteitscentrales, een grote voor het bedrijf en een wel heel kleintje voor Paramaribo. Een typisch voorbeeld van de wijze waarop multinationals zich gedragen in ontwikkelingslanden. Verder langs de weg komen we geregeld illegale goudmijntjes tegen. De legale speler in Suriname is een Canadees bedrijf, Iamgold, , die betalen de regering 5% van de winst die ze maken en zadelen het land op met een enorme pollutie. Wie die ecologisch ramp gaat moeten betalen laat zich raden. De regering overweegt een tweede mijnconcessie uit te reiken of zelf een concessie uit te baten. Wat het wordt is nog niet duidelijk, hoewel je niet kan verwachten dat er voldoende expertise is onder een dusdanig kleine bevolking.
Voor de kust wordt er nu naarstig gezocht naar olie. Volgens de Nederlandse ambassadeur, Aart Jacobi, zou dat nog wel eens heel succesvol kunnen zijn. Mits goede concessieafspraken zou dat wel eens een dusdanige boost voor de economie kunnen worden dat Suriname het “Koeweit” van de Caraïben kan worden. En dat zou dan weer een enorme immigratie kunnen betekenen van arbeidskrachten. Maar dat kennen ze al heel hun geschiedenis. De Surinaamse samenleving is immers een smeltkroes van bevolkingsgroepen: Marrons, buru’s (de oorspronkelijke Nederlandse kolonisten), Hindoestani, ….
Dan Ta Bai
Op de site (http://www.dantabai.com/) omschrijven ze het als volgt: Dan Ta Bai dat betekent letterlijk: “geruis van de stroomversnelling”. Het oord ligt ten zuiden van het Brokopondo stuwmeer, op ongeveer 175 kilometer van Paramaribo. Gelegen aan de Boven Suriname rivier die in het Brokopondo stuwmeer uitkomt. De rivier ontvangt het water van de regen en in de verschillende seizoenen kan het verschil in waterstand 6 meter zijn!
Het is al ver voorbij 7 uur wanneer we er aankomen en het is al schemerduister. We zien nog net genoeg om toch een indruk te krijgen van de “kampplaats”. In de verte horen we het geruis van de stroomversnelling. Zien doen we die niet meer.
Een aantal studenten gaat in hangmatten slapen, weliswaar overdekt, maar verder helemaal in de open lucht. Anderen en ik ook in een gewoon bed, met klamboe. Telkens wanneer er een lamp wordt aangestoken komt er een immense vlucht vliegjes op af. Heel vervelend en dus wordt het installeren op de slaapplaats met zo weinig mogelijk licht gedaan. Ondertussen is Sharif en Jennifer al begonnen met de barbecue: natuurlijk kip, want dat is veruit het meest gegeten vlees hier in Suriname. Het is een leuke avond, Sharif had tijdens de busreis al laten zien dat hij niet alleen een bekwame gids is maar ook entertainer.
Saramaccaners
De volgende dag trekken we in een korjaal naar de dorpen van de Marrons. De hele groep past maar net in 1 bootje. Bij de eerste stroomversnelling moeten we er al uit omdat we over de rotsen naar de andere kant moeten. De korjaal vaart apart langs een ondieper en veiliger stuk tot aan de andere kant van de stroomversnelling. Iets verderop hebben we pech. De schroef draait dol en dus is er geen kracht genoeg om de boot te besturen. Ali, die vooraan op de boot zit en aanwijzingen geeft haalt zijn gsm boven om een andere schroef te laten komen. Een half uur later gaan we weer op weg. Langs de oever liggen verscheidene dorpen. Hier en daar staat een vrouw de afwas te doen in de rivier, halfnaakt. Als ze ons zien aankomen slaan ze snel een doek om zich heen.
Aan de ingang van elk dorp is een poort met hangende palmbladeren (Azanpau), die moet voorkomen dat we onze eigen boze geesten mee het dorp innemen. Ali komt uit een van de dorpen: Bekiodondre. Omdat de dorpen in het regenwoud liggen vind je er tal van medicinale planten. Ali kent ze niet alleen allemaal, hij weet ook welke kwalen er mee genezen kunnen worden. Het hele dorp blijkt een volledig apotheek te zijn.
In de dorpen van de Saramaccaners tref je naast de huizen ook een vergaderzaal, een offerplaats, ook weer afgeboord met hangende palmbladeren en een hut waar de vrouwen maandelijks een paar dagen doorbrengen. Jennifer die ook uit van deze dorpen komt gaat met een hele bundel kruiden weer mee terug naar Dan Ta Bai.
Later op de middag gaan een aantal studenten met instructeur Donald een kabelparcours afleggen, dat over de rivier gespannen is.